Zelfsturing en empowerment zijn populair in het bedrijfsleven en in de managementliteratuur. In de literatuur bestaat aanzienlijke consensus over de opbrengsten: toename van productiviteit, arbeidstevredenheid en commitment en een afname van verloop en stress. Over de definitie bestaat echter weinig consensus, en de rol van macht wordt doorgaans genegeerd. In het promotie onderzoek zijn drie organisaties vergeleken waar zelfsturing en empowerment een grote rol spelen.
Het proefschrift definieert structureel empowerment en beschrijft (i) de distributie van zeggenschap en verantwoordelijkheid (structureel empowerment), (ii) het gebruik van macht, en (iii) dominante verhalen over empowerment (politieke taal) en analyseert welke invloed die hebben op de perceptie van de machtafstand en op het gevoel controle te hebben over het werk (psychologisch empowerment). De drie organisaties verschillen sterk in termen van structureel empowerment. Feitelijke machtsverschillen worden echter niet volledig door organisatiepolitieke verhalen over zelfsturing verhuld. Organisatieleden zien wel degelijk machtsverschillen en machtsgebruik, ook als die schuil gaan achter sterke empowerment verhalen. Daadwerkelijke distributie van macht heeft een positieve invloed op de mate van psychologisch empowerment – en daarmee waarschijnlijk op de positieve effecten van psychologisch empowerment.
Een longitudinale analyse laat zien dat empowerment en zelfsturing kwetsbaar zijn zonder daadwerkelijke distributie van zeggenschap en verantwoordelijkheid, met name onder crisisomstandigheden. Tegelijkertijd blijkt dat onder de juiste condities vergaande structurele empowerment mogelijk is. Conclusie is dat psychologisch empowerment en de daarmee samenhangende voordelen niet duurzaam kunnen zijn zonder een sterke mate van structureel empowerment.